Dagvisioen, nachtelijke droom

Apsismozaïek (Acheiropoietos-kerk, Thessaloniki)

Misschien hadden Vincent en ik ons boekje wel De visioenen van Constantijn moeten noemen, meervoud. Er circuleerden namelijk heel veel verhalen over ’s mans waarneming van een hemels teken. Dat was te verwachten: in de Oudheid werd vrijwel alle informatie mondeling overgedragen en daardoor was wildgroei de gewoonste zaak van de wereld. Het visioen van Constantijn is alleen uitzonderlijk omdat de oudheidkundige én de oorspronkelijke gebeurtenis kent uit de Lofrede van 310 én beschikt over diverse bronnen om de verdere verspreiding te documenteren.

Om te beginnen is er dus de Redenaar van 310, die Constantijn eraan herinnert dat deze heeft gezien hoe Apollo en Victoria hem kransen presenteerden. Hierop lijkt een tweede verhaal: dat van Eusebios, die in het Leven van Constantijn schrijft dat de keizer op een ongespecificeerd moment, maar enige tijd vóór de slag bij de Milvische Brug in 312, een lichtend kruis had en daar vervolgens over had gedroomd. Deze tekst, waarin het beroemde “in dit teken zul je overwinnen” voorkomt, vormt het begin van de legende.

Heeft Eusebios alleen maar een bestaand verhaal uitgebreid, waarbij de overgang van kransen naar kruisen verklaarbaar wordt gemaakt omdat Constantijn een complexe halo heeft gezien? Het is mogelijk, maar het verklaart niet waarom het visioen met een droom moest worden uitgebreid. Al in de negentiende eeuw constateerden onderzoekers, waar van de namen me hier op een hotelkamer in Leeuwarden even zijn ontschoten, dat dat dubbelop was. De Franse geleerde Bruno Bleckmann heeft er echter op gewezen dat drie Vroeg-Byzantijnse varianten precies de informatie bevatten die Eusebios heeft toegevoegd. Ze kunnen niet zijn afgeleid van Eusebios en zijn dus niet elimineerbaar, maar deze kan wel een oertekst hebben gekend die voorafgaat aan dit drietal.

Dat oerverhaal, dat dus ouder is dan Eusebios en niet alleen hem maar ook drie andere auteurs heeft bereikt, betreft een visioen in de nacht. Dit keer gaat het niet om lichtende kransen overdag in het westen – Constantijn had zijn visioen in de winter na het middaguur, dus als het een halo was stond ’ie in het westen – maar om een gedroomd kruis in het oosten en ’s nachts, omringd door sterren die de woorden “in dit teken zul je overwinnen” vormen. Eusebios zou dus twee tradities hebben samengenomen: enerzijds Constantijns eigen verhaal dat hij een lichtvisioen in het westen had gehad, anderzijds een verhaal dat daarvan welhaast het tegendeel is.

Hoe kan de traditie over het nachtvisioen zijn ontstaan? Misschien is het de invloed van Lactantius, die beweerde dat Licinius en Constantijn dromen hadden gehad aan de vooravond van twee veldslagen. Ik heb me in Het visioen van Constantijn op dit punt wat op de vlakte gehouden. Ik acht Bleckmanns verhaal weliswaar mogelijk en ben ervan overtuigd dat de Byzantijnse versies niet elimineerbaar zijn (en daarom noem ik die ook). Tegelijk zou ik eigenlijk wat meer willen weten over die hypothetische oerbron: ergens na Lactantius, vóór Eusebios, en gedocumenteerd in Byzantijnse bronnen. Aannemend dat kransen en kruisen beide op dezelfde halo kunnen teruggaan, blijft de vraag waarom iemand west heeft veranderd in oost en dag in nacht. Ik weet het gewoon niet en Bleckmann laat zich er niet over uit.

Nog een laatste punt: het idee van een nachtelijk visioen van een kruis in het oosten past wel erg mooi bij de plaatsing van kruisen in een apsis van de toenmalige kerken. Ik heb daar al eens over geblogd en verwees toen naar een mozaïek uit Ravenna. Dat staat ook in het boek. Hierboven een fresco die ik vorige maand fotografeerde in de Acheiropoietos-kerk in Thessaloniki.

  • Bruno Bleckmann, “La vision nocturne de Constantin” in: Laurent Guichard e.a. (red.), Constantin et la Gaule. Autour de la vision de Grand (2016), blz.49-59.
Advertenties