De basiliek van Trier

De keizerbasiliek van Trier

De Aula Palatina ofwel basiliek van het keizerlijk paleis in Trier werd gebouwd door keizer Constantijn de Grote, die hier zijn voornaamste residentie had. De gebruikte bakstenen dragen de stempels van een zekere Capio en Adiutex, die ook de bakstenen produceerden waarvan de Romeinse vlootbasis in Köln-Alteburg werd herbouwd.

Hoewel de basiliek van Constantijn nu in gebruik is als kerk, biedt ze een goede indruk van hoe in de vierde eeuw een keizerlijke ontvangstzaal eruit moet hebben uitgezien. De vele vensters – een deel van de antieke wandschilderingen is nog aanwezig – dragen bij aan een gevoel van ruimtelijkheid. Het plafond is in de negentiende eeuw gereconstrueerd en gekopieerd van de eveneens door Constantijn gebouwde Sint-Paulus buiten de Muren in Rome.

Hier ontving de keizer zijn gasten. Hier had bisschop Martinus van Tours (“Sint-Maarten”) in 384 een beroemde ontmoeting met de toenmalige keizer Magnus Maximus, die door de christelijke leider diep werd vernederd. Hier, op deze plaats, sprak ook de anonieme redenaar Constantijn en de stad Trier kwam prijzen en, aan het einde van zijn toespraak, het lichtvisioen noemde dat het onderwerp is van Het visioen van Constantijn.

Advertenties