De cruciale passage

Apollo-Helios (reliëf uit Apamea)

Na de boekpresentatie vorige week in het RMO kwam er een verzoekje of we misschien de Latijnse toespraak van Constantijns visioen online konden plaatsen. Een kleine moeite. Hieronder is ’ie, maar eerst even de situatie: we hebben te maken met een toespraak waarin de redenaar de keizer presenteert als een even capabel als vrome heerser. De spreker haalt herinneringen op aan de voorafgaande maanden, toen Constantijn vanuit de Provence naar het noorden getrokken was om in te grijpen aan de Rijn, waar de Franken onverwacht onrustig waren geworden.

Hieronder eerst de Latijnse tekst van de cruciale passage uit de Lofrede van 310.

Postridie enim quam accepto illo nuntio geminatum itineris laborem susceperas, omnes fluctus resedisse, omnem quam reliqueras tranquillitatem redisse didicisti, ipsa hoc sic ordinante fortuna ut te ibi rerum tuarum felicitas admoneret dis immortalibus ferre quae uoueras, ubi deflexisses ad templum toto orbe pulcherrimum, immo ad praesentem, ut uidisti, deum.

Vidisti enim, credo, Constantine, Apollinem tuum comitante Victoria coronas tibi laureas offerentem, quae tricenum singulae ferunt omen annorum. Hic est enim humanarum numerus aetatum, quae tibi utique debentur ultra Pyliam senectutem.

Et immo quid dico ‘credo’?

Vidisti teque in illius specie recognouisti, cui totius mundi regna deberi uatum carmina diuina cecinerunt. Quod ego nunc demum arbitror contigisse, cum tu sis, ut ille, iuuenis et laetus et salutifer et pulcherrimus, imperator.

En nu de vertaling:

Want daags nadat het nieuws was aangekomen en U de marsinspanningen had verdubbeld, vernam U dat heel die stormvloed was gaan liggen, dat de rust die U had achtergelaten geheel was wedergekeerd. En juist hierin had Fortuna de hand. Zij bepaalde dat de gelukkige keer die uw daden hadden genomen U eraan herinnerde de onsterfelijke Goden te brengen wat U had beloofd, en wel precies op de plaats waar U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien.

Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. (Dat is namelijk het aantal mensengeneraties dat aan U beslist is verschuldigd, nog boven de ouderdom van Nestor.)

Maar wat zeg ik “geloof ik”?

U hebt gezien, U hebt uzelf herkend in de gedaante van hem aan wie volgens de goddelijke gezangen der dichters het koningschap over de gehele wereld toekomt. En dat is volgens mij nu eindelijk uitgekomen: evenals hij bent U jeugdig en vreugdevol, een brenger van heil en drager van stralende schoonheid, Majesteit!

Je kunt hier veel van maken, maar niets hoe christelijks. Hoe dit heeft kunnen veranderen in een legende over een lichtend kruis, vormt het aloude raadsel van Constantijns visioen. De hypothese dat hij een halo heeft gezien, is de minst slechte, maar de oplossing is in feite onbekend. In ons boek proberen Vincent Hunink en ik te tonen wat kenbaar is en wat niet. En waarom.

Advertenties