Somno iussus

Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Soms redeneren archeologen nogal makkelijk naar een conclusie toe. Een voorbeeld is de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in Grand, het antieke Andesina, waar Constantijn zijn visioen zou hebben gehad.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunuszijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

…nno Consinius
tribunus
somno iussus

De vraag is waar die eerste drie letters voor hebben gestaan. De gebruikelijke interpretatie is

[Deo Apollini]
[Gra]nno Consinius
tribunus
somno iussus

Wat wil zeggen dat een tribuun Consinius, na een in een droom ontvangen bevel, iets heeft gewijd aan de god Apollo Grannus. Deze lezing is voorgesteld in 1935. De eerste woorden, [Deo Apollini Gra]nno, zijn echter grotendeels hypothetisch. De reconstructie kan juist zijn, maar is gebaseerd op niet meer dan het gegeven dat in Grand ooit een heiligdom was voor Apollo Grannus. Misschien kwam Consinius wel uit Karthago en heette hij voluit Hanno Consinius, dat is ook een mogelijkheid; de naam Hannibal is in deze tijd ook weer geattesteerd. Er zullen wel meer lezingen te bedenken zijn. Waar het mij om gaat is het automatisme waarmee de inscriptie is betrokken op de cultus van Apollo Grannus.

Wat in 1935 nog niet bekend was, is dat op een steenworp – letterlijk – inderdaad een tempel heeft gestaan. Een klein deel daarvan is opgegraven en daarbij vond men afbeeldingen van panters, klimop en eroten. Nog minder dan een steenworp verder verrees de eetzaal die bekendstaat als de basiliek. Het mozaïek toont opnieuw een panter. En dat is al met al wat problematisch, want panters, klimop en eroten zijn symbolen uit de cultus voor Bacchus. Als we niet wisten dat de plaatsnaam “Grand” was afgeleid van “Grannus”, zou de tempel gewoon zijn geïdentificeerd als heiligdom van Bacchus en zou niemand op het idee zijn gekomen de inscriptie op deze wijze aan te vullen.

Maar goed, dat konden ze dus in 1935 niet vermoeden. Men vulde de inscriptie aan zoals beschreven en opperde vervolgens dat het heiligdom in Grand een orakel was geweest, waar mensen vernamen welke genezing ze konden krijgen door de nacht in gewijde slaap door te brengen en de droom uit te leggen als goddelijke aanwijzing. (Dit type ritueel heet incubatie.) In feite werd de inscriptie dus gebruikt om twee dingen te bewijzen: dat de tempel een orakel was én dat de procedure een slaapritueel kende waarin de betrokkene iets vernam.

Het valt niet helemaal uit te sluiten dat dit waar is, maar er zijn wel wat tegenwerpingen mogelijk die men ook in 1935 had kunnen bedenken. Om te beginnen is de Apollocultus niet bepaald beroemd om droomrituelen. Als het nu een Aesculapiustempel was, dan was het verhaal anders geweest, maar Apollo is nu eenmaal geen Aesculapius. Een ander bezwaar is dat somno iussus een vrij gebruikelijke formule is.

Eigenlijk had men in 1935 ook wel kunnen verzinnen dat deze ene inscriptie, zelfs als de tekst correct is gereconstrueerd, onvoldoende bewijs vormde om te concluderen dat mensen in het heiligdom van Grand bleven slapen om dromend goddelijke aanwijzingen te krijgen. Geen oudheidkundige zou zo’n zwak argument aanvaarden om twee dingen tegelijk te bewijzen, tenzij hij of zij naar een bepaalde conclusie toe aan het werken was. Welke dat was, daarover blog ik morgen. Voor het moment rond ik af met de constatering dat tekstinterpretaties die logisch lijken, nog wel eens sneuvelen als er archeologische vondsten bij komen, zoals deze interpretatie, die sowieso niet heel sterk was.

Advertenties